dinsdag 25 november 2014

Susuz Yaz (1964) van Metin Erksin



Deze Turkse film, ondanks de twijfelachtige omstandigheden door Poldercinema toch beoordeeld als Europese film, is een vermakelijke film om naar te kijken. Aanvankelijk verwachtte ik een film net als Vidas Seca; een film over het leven op het platteland zoals er in de zestiger jaren meer van gemaakt zijn. Waar Vidas Secas narratief gezien vrij nihilistisch te noemen is, gebeurt er in Susuz Yaz echter een heleboel. Het verhaal draait grotendeels om Osman. Het leven van alle dorpsbewoners draait zelfs om Osman. Hij doet er alles aan om het water, wat van zijn grond komt, tegen te houden voor de boeren iets verder gelegen aan de rivier. Op deze manier gaat de tabaksoogst van deze boeren verloren. Osman is niet alleen egoistisch, maar ook door en door slecht. Maar bijvoorbeeld door de wel erg valse schaterlach die uit zijn mond klinkt wanneer hij weer een wandaad begaat wordt Osman wel erg zwar-wit neergezet als de slechterik. Een voorbeeld hiervan is de scene waarin Osman zijn broer Hasan en diens geliefde Bahar aan zeer kinderlijk aan het storen is, net wanneer zij iets willen gaan wat op het bedrijven van de liefde lijkt. Osman lijkt er bovendien veel plezier in te hebben. Dit is naar mijn mening een minpunt van deze film; het gebruik van sterke stereotypering van de personages. Dit maakt de film naar mijn mening niet zeer geloofwaardig. Ook het acteerwerk is naar mijn mening niet sterk. Het is vaak te overdreven. De emoties die ze moeten uitbeelden liggen er te dik bovenop. Enkele scene’s van Susuz Yaz werkten bij mij dan ook lichtjes op de lachspieren. De scene waar Bahar gebeten wordt door een slang, het heroische gevecht tussen de 4 mannen en Osman met zijn hakbijl. Niet alleen werden de emoties te overdreven geacteerd; ook werden ze te erg uitgesproken. Beweegredenen, motieven en emoties werden door de personages verteld zodat er weinig aan de verbeelding van de kijker werd overgelaten. Waar ik de eerste 5-10 minuten van deze film dacht aan wederom een typisch rurale film uit de jaren ’60 te aanschouwen, is dat dus zeker niet het geval. Ik denk dat de film voor die tijd, en misschien al helemaal wel in de Turkse cultuur van die tijd, een zeer spraakmakende en misschien wel shockerende film geweest moet zijn. Zo zitten er enkele liefdesscenes in de film, en is Osman op een foute manier geobsedeerd door de geliefde van zijn eigen broer Hasan. De scene waar hij suggestief aan een uier begint te zuigen, of de manier waarop hij voortdurend naar het achterwerk van Bahar zit te loeren - hetgeen hij ondanks haar allesverhullende ‘oma onderbroek’ zeer opwindend lijkt te vinden - moet in die tijd spraakmakend geweest zijn. Ik had nog nooit een kip onthoofd zien worden, en laat dat nou voor het eerst gebeuren tijdens het kijken naar een Turkse film uit de jaren zestig.

** (2/5)

Late Spring (1949) van Yasujiro Ozu




Wat het meest opviel aan deze Japanse film was de filmstijl. Met name het zogenaamde tatami-shot, een shot genomen vanaf de hoogte wanneer men op een Japanse traditionele mat zit. Dikwijls wordt de camera bovendien op een afstand van de personages gepositioneerd, vaak zelfs in een andere kamer van het huis. Hierdoor heb je als kijker het gevoel de situatie, waar eigenlijk niet zo veel gebeurt, te observeren. Misschien wel vanaf een soortgelijk matje. De films van Ozu gaan vaak over het alledaagse Japanse leven. Hij wordt gezien als de meest Japanse filmmaker omdat zijn films traditionele Japanse waarden en tradities reflecteren. In Late Spring gaat het over de ontbinding van een familie. De vader wil dat de dochter een man gaat vinden, omdat dit in Japan gelijk staat aan volwassen worden. In Japan wordt hier veel waarde aan gehecht, zelfs zoveel waarde dat het genoeg was om het hele narratief van Late Spring te bepalen. De film is langzaam, en sprak mij wat dat betreft minder aan. In de film gebeurt er niet zoveel, en gesprekken zijn langzaam en ingetogen. Er wordt amper emotie getoond in de film, gelaten wordt alles ondergaan. Bovendien lijkt niets in de film recht in het gezicht gezegd te worden, de kritieken van de vader dat de dochter een man moet zoeken gebeuren eigenlijk allemaal achter de rug van de dochter om, maar bereiken haar via via toch. Wel vond ik het estetisch gezien een erg aansprekende film. Enkele composities deden mij zelfs denken aan schilderijen van Johannes Vermeer, vooral door de diepte die in elk shot zit wanneer de camera gekadreert is in een andere kamer. Ook zijn er veel lijnen in de compositie, net als in de schilderijen van Vermeer. Vermeer deed dit opzettelijk, om zodoende extra veel perspectief te creeeren. Ook denk ik dat Ozu zeer veel aandacht besteed heeft aan de compositie. Veel symmetrie is terug te vinden in de shots, een perfect voorbeeld hiervan is het shot wanneer de dochter en een vriend na de fietstocht de fietsen even parkeren in het zand om te gaan praten. De fietsen staan perfect, haast té perfect, naast elkaar. Opmerkelijk vond ik ook de Coca-Cola reclame in de film. Deze sluikreclame staat erg in contrast met het feit dat Ozu gezien wordt als de ‘meest Japanse’. Deze Japansheid wordt erg reflecteert in de film; bijvoorbeeld in de zeer traditionele inrichting van de huizen, en de Japanse tempel die bezocht wordt. Late Spring was een film waar moeilijk in te komen was, simpelweg omdat ik zo weinig actie in films niet gewend ben. De stilistische eigenschappen van de film wisten mij echter wel te boeien, en sporen mij aan om nog meer films van Ozu te gaan bekijken. Wat betreft Japanse cinema had ik wel ervaring met bijvoorbeeld de dynamische films van Kurosawa, maar de films van Ozu zijn totaal anders en daarom interessant.

*** (3/5)

Chung King Express (1994) van Wong Kar-Wai



Donno heeft tijdje in Berlijn gewoond. In deze stad wonen was een onvergetelijke ervaring, maar er waren ook regelmatig momenten dat ik mezelf eenzaam en verdwaald voelde tussen de grote mensenmassa. In een metropool wonen kan naar mijn mening dan ook, ondanks de vele mensen, júist eenzaam zijn. Bovendien is een stad als Parijs duur, en ben je (wanneer je niet veel geld te besteden hebt, zoals ik) aangewezen op ruimtes zoals een met veel te felle TL buizen verlichte kebabzaak. Ik ging door het kijken van Chungking Express mijn avondwandelingen door Parijs spontaan missen. Dit is namelijk precies waar Chungking Express mij aan deed denken. Ondanks dat de film is opgenomen in een grote en drukke stad, merk je toch een zekere eenzaamheid van de personages. Dit gevoel wordt gecreerd door het feit dat Chungking Express zich grotendeels afspeelt in ‘publieke ruimtes’; in een met TL-buizen verlichte snackbar, op het terras van een restaurantje, in een nachtwinkel. Of bij de personages thuis. Het verhaal speelt zich dus weliswaar af in een grote stad, en het gevoel van een grote stad wordt op verschilende manieren benadrukt, maar dat wat we te zien krijgen van de stad – en dus de ruimtes waar de levens van de personages zich afspelen – is zeer beperkt.Naar mijn mening moet Chungking Express het niet zozeer hebben van het plot; dat naar mijn mening soms zelfs moeilijk te volgen was, juist omdat het zo eenvoudig was. Chungking Express moet het hebben van de sfeer die Wong Kar-Wai heeft vast weten te leggen, waarin hij naar mijn mening zeer geslaagd is. Dit heeft hij onderandere weten te bereiken door het gebruik van een handheld en beweeglijke camera. De kijker waant zichzelf hierdoor in de stad waar het verhaal zich afspeelt. Het lijkt alsof in verschillende scenes alsof je als kijker de personages van een afstandje aan het bespioneren bent. Een voorbeeld hiervan is dat de camera soms buiten de ruimte waarin de personages zich bevinden is gestationeerd, en door het raam naar binnen kijkt. Het gevoel van een grote stad wordt ook versterkt door de setnoise op de achtergrond. Constant hoor je het geluid van voorbij rijdende auto’s en het geroezemoes van mensen op straat. Chungking Express belichaamd voor mij de romantiek van de drukte en de levendigheid van een grote stad; en tegelijkertijd de eenzaamheid van het leven in een dergelijke metropool. Een zeer aangename film.

Donno's rating: **** (4/5)

Soy Cuba (1964) van Mikhail Kalatozov



Al bij de openingsscene wordt duidelijk dat dit een film is die vooral opvalt en uitblinkt wat betreft cinematografie. Het is naar mijn mening een zeer visuele film, een film waarin beelden meer ‘spreken’ dan gesprekken van de personages. De openingsscene bestaat uit een longtake (althans wekt de illusie van een longtake door meerdere shots in elkaar over te laten vloeien) vanuit het perspectief van een camera die lijkt te zweven over het Cubaanse landschap. Een landschap dat, in combinatie met de dromerige harpmuziek en de ‘voortglijdende’ camera, de indruk wekt dat we een droomwereld betreden. Dit gevoel wordt mede versterkt door het gebruik van sterke contrasten tussen donker en licht binnen het shot. Een voorbeeld hiervan uit de openingsscene zijn de witte bomen, die nog witter lijken dan ze daadwerkelijk zijn omdat ze afgezet worden tegen donkere wolken. Dit is iets wat naar mijn mening het belangrijkste cinematografische kenmerk is van deze film; het dergelijk afzetten van licht tegen donker. In veel shots is gebruik gemaakt van felle tegenbelichting, wat het beeld licht maakt en waardoor alles wat op de voorgrond treedt benadrukt wordt. Een andere gebruikte techniek om dit contrast te bewerkstelligen is het ‘afplakken’ van een hoek van de lens. Deze donkere hoek staat dan in contrast met een andere hoek van het shot waar juist iets heel met veel belichting wordt getoond. Wat ook opviel aan de film is dat de cameravoering alles behalve statisch is. De camera die in de openingsscene nog lijkt te zweven, is in de daaropvolgende scene handheld; zeer beweeglijk en zich manouvrerend tussen de zonnende menigte aan het zwembad. Hierdoor lijkt het alsof we er zelf tussendoor lopen. Bovendien zoeken de personages uit de film regelmatig toenadering tot de camera, en kijken bijvoorbeeld recht in de lens waardoor de beelden een point of view shot karakter krijgen. Maar vanuit wie dit point of view shot dan is genomen is niet helemaal duidelijk. Dit point of view perspectief identificeert zich niet met een personage uit het narratief. Eerder lijkt het een point of view shot te zijn vanuit ons als kijker, waardoor wij als kijker het gevoel hebben deel uit te maken van het narratief. Zoals eerder gezegd vind ik het een zeer visueel film, waarbij de gesprekken minder belangrijk zijn. Het is een film van weinig woorden. Tekenend is naar mijn mening dat wanneer er wel een gesprek is, er vaak meerdere personages getoond worden in één shot in plaats van het gebruik van een shot reverse shot. Hierdoor is het visuele zelfs tijdens gesprekken tussen personages belangrijk. Doordat de gezichten van beide personages die een gesprek voeren zichtbaar zijn, voel je als kijker de ongemakkelijkheid en de onderlinge spanning van de gesprekken goed aan. Op deze manier wordt de aandacht als kijker gelegd op de interactie tussen beiden; de gedachten en de emoties. Het is een film van visuele schoonheid; niet alleen wat betreft cameravoering en belichting maar ook wat betreft mise-en-scene. Een voorbeeld hiervan is de scene wanneer Betty naar huis gaat met de westerse tourist. De omgeving waar  ‘Betty’ woont, en de tocht naar haar huis, deden me – in combinatie met de eerder besproken belichting; het gebruik van schaduwen en het contrast tussen licht en donker - zelfs denken aan het expressionistische Des Cabinet Des Dr. Caligari.

---> Sterren op de donno-van-eijcken-moviemeter: *** (3/5) <---

maandag 24 november 2014

The Amazing Catfish (2013) van Claudia Sainte-Luce




Van de films die ik tijdens het MOOOV festival in Turnhout bekeken hebben, vond ik het Mexicaanse The Amazing Catfish de beste. Vooral omdat deze film mij zeer ontroerd heeft, omdat ik enkele herkenbare dingen uit mijn persoonlijk verleden terug zag in de film. Het is inmiddels al enkele weken geleden dat ik The Amaazing Catfish gezien heb, maar wat ik mij buiten de thematiek die mij ontroerde vooral herinner van de film is het zeer sterke acteerwerk. Dan spreek ik niet alleen over het individuele acteren, maar met name de dynamiek die de acteurs onderling hadden. Het drukke gezin, met totaal uiteenlopende karakters waar iedereen zijn eigen gang gaat, was zeer sterk neergezet. Het hoogtepunt van deze dynamiek was het shot waar Claudia voor het eerst aan tafel zit bij de familie, een zeer lang shot van wel enkele minuten. Ik vraag me af hoe vaak ze dit shot wel niet opnieuw gedaan moeten hebben voordat alles precies zo was als dat filmmaker Claudia Sainte-Luce wilde. Het camerawerk in de film is bovendien sterk; hierdoor kun je je als kijker goed voorstellen hoe het voor Claudia op dat moment onbekende huis van Martha aangevoeld moet hebben. Claudia werd vanaf dag 1 eigenlijk door het gezin geadopteerd, terwijl ze hier aanvankelijk argwanend tegenover stond. Ze bedankte voor een lift, en wilde na haar ziekenhuisbezoek eigenlijk zo snel mogelijk naar huis. Het is duidelijk dat het gezin al zeer gewend is geraakt aan de ziekte van Martha. Wanneer zij bijvoorbeeld tijdens het eten de tafel verlaat om te moeten overgeven, reageert iedereen hierop alsof dit de gewoonste zaak van de wereld is. Als kijker ben je echter geschokt, en is dit helemaal niet zo vanzelfsprekend. Voor Claudia was dit zichtbaar ook erg schokkend, en hierdoor kun je je als kijker met haar identificeren. Wat we zien is hoe zij, ook omdat ze zelf geen familie meer heeft, steeds meer gehecht raakt aan de verschillende karakters van de familie, en hoe anderzijds ook de familie steeds meer op Claudia gesteld begint te geraken. Eigenlijk neemt zij veel taken over van moeder Martha, en doet ze dingen die zij door haar ziekte niet meer kan doen. Opmerkelijk is dat ook al is Claudia erg betrokken bij de familie, en zou je kunnen zeggen dat ze hier deel van uitmaakt, toch zien we steeds op de hele intieme momenten dat Claudia ook weer niet tot de familie behoort. Zoals de eindscene van de film, waar Martha ten overlijden komt. De rest van de familie gaat naar binnen in het ziekenhuis, en Claudia loopt met haar spullen weg. Minder subtiel vond ik hoe het leven van Claudia aan het begin van de film weergegeven wordt. Het leven wat ze op dat moment leidde was wel erg duister, en ze woonden in iets wat leek op een oude fabriek. De vele grijstinten, hoe verveeld ze is terwijl ze haar baantje doet, en de reflecties in de ramen, en de beelden waarin ze verloren door de stad ronddwaalt waren simpel, al werkte ze wel. Ook het einde, waar het testament of een soort afscheidsbrief van Martha voorgelezen werd terwijl de personages rechtstreeks in de camera keken, werkte niet zo goed voor mij omdat dit niet binnen de stijl van de rest van de film paste.

**** sterren op de Donno-Moviemeter !

zaterdag 22 november 2014

Heramakono (2002) van Abderrahmane Sissako


Het narratief van de Heremakono is zeer minimalistisch, de taak van de camera in deze Afrikaanse film lijkt voornamelijk het registeren van de levens van de dorpsbewoners.  Van een narratief is zelfs amper sprake, voor mij persoonlijk was het althans niet duidelijk. De kijker ziet een registratie van de dagelijkse activiteiten van de dorpsbewoners die leven in een transitiedorp, een dorp waar men wacht op een betere toekomst in Europa – Waiting for Happiness, zoals de Engelse titel van de film luidt. Activiteiten die we te zien krijgen zijn bijvoorbeeld een electricien die tracht een gloeilamp werkend te krijgen, mensen die met elkaar thee aan het drinken zijn en een oudere vrouw die haar zangkwaliteiten aan een jonger meisje probeert te leren. Er gebeurt dus ogenschijnlijk weinig. In het dorp lijken de meeste mensen dan ook vooral te wachten, alsof ze de tijd aan het uitzitten zijn. In de levens van dorpsbewoners heerst grote onzekerheid, de toekomst is angstig en onduidelijk. Doordat het narratief geen duidelijk doel heeft of nergens naar toe lijkt te werken, wat overeenkomt met het gevoel dat heerst onder de lokale bevolking, krijg je als kijker een beetje het gevoel van hoe het leven in een dergelijk dorp met een uitzichtloos bestaan moet zijn. Wat mij het meeste aansprak aan deze film was echter de cinematografie, die ‘goed’ samengaat met de doelloze en onzekere levens van de inwoners van het dorp. Het dorp is gelegen in de woestijn, wat vaak door middel van panoramische shots in beeld wordt gebracht. De lokatie waar het verhaal zich afspeelt kwam op mij over als een onaangename plek, wat naar mijn mening ook versterkt wordt door het onaangename feit dat het er constant hard lijkt te waaien. Mij viel op dat in bijna elk shot wel iets ‘wappert’. Cinematografisch gezien vind ik het een zeer hoogstaande film, elk shot lijkt zorgvuldig gekozen en gekadreerd te zijn. Niet alleen de kadrering, maar ook de kleuren van bijvoorbeeld de kleren vormen vaak een mooi esthetisch geheel met het landschap, personages of bebouwing. Ik had persoonlijk nog nooit een Afrikaanse film gezien, en kon me er ook niet veel bij voorstellen. Na het zien van Heremakono heb ik een beeld van wat Afrikaanse film kan zijn. Heremakono heeft me niet teleurgesteld, ik zou graag nog eens een Afrikaanse film bekijken.

Aantal sterren op de Donno-van-Eijcken-Moviemeter: ***

woensdag 16 juli 2014

Theo en Thea en de Ontmaskering van het Tenenkaas Imperium (1989) door Pieter Kramer

Voor veel mensen misschien jeugdsentiment, voor mij was de humor – die volgens velen geniaal blijkt te zijn zo leert een blik op het internet – slechts reden voor af en toe een glimlach. Ik vond de humor erg flauw. Waarschijnlijk moet je de serie gezien hebben, en de karakters van Theo en Thea kennen, om het echt te waarderen. De titel De ontmaskering van het tenenkaas imperium’ verraad al dat het verhaal bizar is te noemen. en er valt aan de wendingen bijna geen touw aan vast te knopen. Theo en Thea willen Sneeuwwitje gaan verfilmen, en zijn op zoek naar iemand voor de rol van knappe prins. Nadat Gerard Joling heeft afgezegd valt het oog op Marco Bakker. Waar Marco Bakker aanvankelijk tegenstribbelt lukt het Theo en Thea te overtuigen dat hij de rol moet nemen. Hij neemt Theo en Thea neemt naar Zwitserland, waar hij moest zijn voor een televisieshow. Hij stelt voor dat Theo en Thea de film aldaar opnemen. In Zwitserland belanden ze in de problemen. Na verloop van tijd loopt het van het verhaal van sneeuwwitje door de belevenissen van Theo en Thea in Zwitserland heen, en zijn beide moeilijk van elkaar te onderscheiden. Dat was leuk gedaan. Theo en Thea ontmoeten in Oostenrijk Brigitta Berger, die door middel van een combinatie van Marco Bakker, ‘teleurstelling’, teennagels en een zingend koor met haar kernkaasreactor een bepaald soort kaas kan creeren. (Het veraal is inderdaad bizar.) Met deze kaas kan zij de macht over mensen krijgen. De sleutelscene in de film is de scene waar Brigitta Berger de kaas heeft gevoerd aan de wereldleiders op een congres in Zurich. Op dat moment doet ze een grijp naar de wereldmacht, maar Marco Bakker schiet net op tijd een stuk van haar eigen kaas in haar mond. In deze scene nemen Theo en Thea de macht over Brigitta Berger, en veranderen ze haar van een boze fee in een goed mens. Het moraal van het verhaal is uiteindelijk: Misbruik je macht niet! Ondanks dat het verhaal en de karakters Theo en Thea mij niet aanspraken vond ik de film voor een low-budget film er verassend goed uit zien. Je kunt zien dat de film door vakmensen is gemaakt. De belichting en het camerawerk waren bijvoorbeeld erg goed. Ook waren de decors, van bijvoorbeeld het kasteel van Brigitta Berger, mooi en werd er echt een soort eigen wereld gecreerd waar binnen het verhaal plaatsvond.  Grappig was ook de knipoog naar de Sound of Music, wanneer Marco Bakker en Theo en Thea al zingend de bergen van Zwitserland inlopen. Opvallend was de eerste scene van de film, die plaatsvond in het museum. Deze scene duurde maar liefst 15 minuten, en was in 1 take opgenomen.

Beoordeling op de Donno-van-Eijcken-Moviemeter:
* (1/5)

Allstars (1997) van Jean van der Velde

Een film over een voetbalteam, maar voetbal staat in deze film eigenlijk helemaal niet centraal. Het gaat over vriendschap. Het team bestaat uit erg uiteenlopende persoonlijkheden. Zo is er de zakenman (Bram), de onzekere jongen (Hero), de tamelijk opgefokte elektronika monteur (Johnny), een ‘casanova’ wiens vrouw in verwachting is (Mark), het buitenbeentje (Peter), de mislukte acteur (Paul) en een getrouwde bloemist (Willem). De jongens van het team willen het niet toegeven, maar één voor één houden ze van het team en van elkaar. Sommige spelers hebben, zo leren we in de film, door hun drukke levens weinig tijd voor voetbal. Maar tegelijkertijd is de zondag voor alle jongens toch het hoogtepunt van de week. Ik speel zelf ook in een dergelijk vriendenteam, en sommige dingen waren voor mij heel herkenbaar. De tragiek van het amateurvoetbal - op zondag ochtend op een drassig polderveld weggespeeld worden – zit goed in de film verwerkt. De sleutelscene van de film is moeilijk te vertellen. Buiten de ontmoetingen van het team volgen we in de film namelijk de persoonlijke levens van de spelers. Daarom zitten er verschillende verhalen door elkaar verweven. Iedereen in het team heeft wel te maken met tegenslagen of prive problemen. Bram is homo maar durft het niet aan het team toe te geven, Mark zijn vrouw is zwanger terwijl hij dat helemaal niet wil, Hero is verliefd op de nieuwe vrouw van zijn vader, Johnny z’n vader ligt op sterven en Willem zijn huwelijk staat op springen. Het team gaat zijn 500e wedstrijd spelen, maar door omstandigheden wordt deze drie keer geannuleerd. Het belangrijkste moment in de film is dan ook het moment dat de wedstrijd uiteindelijk toch door gaat. Dit wordt deels veroorzaakt door dat de vader van Johnny overlijdt (hij was tevens oud coach van het team) wat de jongens na opheffing van het team weer dichter bij elkaar brengt. Deels komt het ook doordat Mark en Bram hun vriendschap bijleggen, en dat Mark aan Bram belooft om de wedstrijd te organiseren. Wanneer het team de 500e wedstrijd dan toch uiteindelijk spelen beseffen ze, ondanks de drukte en tegenstlagen in hun levens, dat de zondag samen voor hen heel veel waard is. Carice van Houten (lees hier meer over dit mokkel) gaf een tijdje terug aan in een interview erg verliefd te zijn geweest op Peter Paul Muller, die Mark speelt in deze film. Mark had toe moeten slaan, want tegenwoordig is ze hoteldebotel met Kees van Nieuwkerk. De zoon van. Enfin. Waarom vertelt uw favoriete filmcriticus dit eigenlijk? Dat weet hij zelf ook niet. Over naar de beoordeling:

Aantal sterren op de Donno-van-Eijcken-Moviemeter: *** (3/5)

Keetje Tippel (1975) van Paul Verhoeven

Een film waar ik erg ongelukkig van werd. Allereerst omdat de film zich afspeelt op donkere, droevige en armzalige plekken waar het bovendien ook nog eens heel vaak regent. Een film waar een hoer (de zus van Keetje) met het bord op schoot zit te poepen terwijl de rest van de familie in de zelfde kamer aan tafel zit, en terwijl het buiten ook nog eens stortregent. De film sprak me totaal niet aan, naar mijn mening probeert Verhoeven in deze film, zonder dat het verder waarde heeft voor het verhaal van de film, te veel het publiek te shockeren. Zinloos shockeren. Meest typerende is het shot waarin Keetje en Hugo zoenen in bed. Dit is in beeld gebracht met een close-up van een vieze tongzoen waarbij de tongen van beiden besmeurd zijn met chocolade, aangezien ze net allebei een bon-bon hebben gegeten. Een erg onsmakelijk aangezicht. Verhoeven moet gedacht hebben dat het shockeren van mensen 2 jaar later nog een beetje verder moest gaan dan in Turks Fruit. Keetje Tippel  heeft ook deels dezelfde cast met Monique van de Ven en Rutger Hauer. Hierdoor was het voor mij, aangezien ik onlangs ook Turks Fruit heb bekeken, totaal ongeloofwaardig om dezelfde hoofdpersonages nu in een geheel andere tijd te zien rondlopen. Ook vond ik de setting waarin de film zich afspeelt niet geloofwaardig. Het verhaal zou zich bijvoorbeeld moeten afspelen in Amsterdam, maar in werkelijkheid is er overduidelijk grotendeels gefilmd in Utrecht. En dat zal met mij meer dan de helft van de mensen, die het onderscheid tussen een gracht uit Utrecht en een gracht uit Amsterdam wel kunnen maken, die deze film hebben bekeken ook opgemerkt hebben. Ik heb het boek (Keetje Tippel is een verfilming van een Frans boek) niet gelezen, maar als ik deze film moet geloven was dat wel een erg zwak boek. Of Keetje Tippel is een slechte verfilming van een goed boek, zou ook kunnen. Het verhaal kon me niet interesseren, heeft een slap einde, mist spanning en zit bovendien vol met gaten. De belangrijkste scene van de film is naar mijn mening de scene waarin Keetje door haar moeder gedwongen wordt de prostitutie in te gaan, om geld te verdienen voor de familie. Na een klant afgewerkt te hebben ontmoet ze een schilder op straat. Deze wil haar echter niet voor haar seksuele diensten, maar vraagt haar om te poseren voor zijn schilderij. Dankzij de schilder komt Keetje uiteindelijk in het rijke circuit terecht, wat ze tijdens de film niet meer zal verlaten.


Aantal sterren op de Donno-van-Eijcken-Moviemeter: *(1/5)

Zusje (1995) van Robert-Jan Westdijk

De opzet van de film is origineel, de gehele film (met uitzondering van het eind) is gefilmd door de camera van Martijn. Martijn is de broer van Daantje, en woont op dat moment in Londen. Hij is zijn zusje in Amsterdam komen opzoeken, en wil – zo zegt hij zelf - een film over haar leven maken. De relatie tussen Martijn en ‘Daantje’ is voor de kijker erg vreemd. Martijn lijkt geobsedeerd door Daantje, haast op het seksuele af. Opmerkelijk voor een broer/zus relatie. Ook opmerkeljk is dat hij haar steeds een filmpje van vroeger wil laten zien. Daantje wil hier op haar beurt, vanwege een of andere reden, niets van weten. Toch heeft haar broer – zelfs wanneer hij buitengewoon vervelend gedrag vertoond – enorm veel krediet bij haar. Het is een film vol onduidelijkheden en raar gedrag, waar je als kijker steeds een verklaring voor wil zoeken. Hierdoor was het voor mij persoonlijk een boeiende film. De filmpjes van vroeger, de flashbacks, zijn door de hele film heen verweven. Door deze flashbacks van vroeger wordt langzaam maar zeker duidelijk wat er tussen beide gebeurd is, en waarom ze zich zo gedragen. Pas in de allerlaatste scene van Zusje wordt echt duidelijk wat er tussen beide gebeurd is. In deze scene spelen Daantje en Martijn de flashback, van de filmpjes, na. Daantje komt in de desbetreffende scene naar het hotel waar Martijn verblijft, en wil weten wat Martijn deed als hij samen was met zijn ex-vriendin Anouk. Martijn gaat naakt op haar liggen, en uit de flashbacks bleek dat juist op dat moment de ouders binnenkwamen. Uit de flashback wordt duidelijk dat Daantje haar broer destijds de schuld gaf, en suggereerde dat Martijn haar gedwongen had tot seksuele handelingen. Maar dat was, zo blijkt uit de laatste scene van deze film, helemaal niet het geval. Martijn had nooit de intentie om seks te hebben met Daantje, sterker nog, hij wist op dat moment zelfs helemaal niet eens wat seks was. De ouders hebben Martijn toen naar het internaat gestuurd en, gezien zijn rare gedrag in de film, is hij bovendien door deze gebeurtenis voor het leven getekend.  Dit was niet nodig geweest want uiteindelijk berust het dus allemaal op een misverstand dat door Daantje in het leven is geroepen. Dit verklaart gelijk waarom haar broer zoveel krediet bij haar had, terwijl haar vrienden al snel allemaal genoeg van hem hadden. Ze stond bij hem in het krijt, en wist dat zelf ook. De allerlaatste scene geeft een heleboel antwoorden op vragen die eerder in de film zijn opgeroepen. Ik vond het een originele film, waar het plezier van het filmmaken vanaf spat. Het is vermoedelijk een low-budget productie geweest, en bovendien speelt Kim van Kooten haar rol als Daantje erg naturel. De acteurprestaties in deze film waren naar mijn mening wel zeer wisselend; waar van Kooten goed acteerde doet Roeland Fernhout dit een stuk minder. Ook zit de film vol met onrealistisch gedrag van de personages. Wanneer je zou verwachten dat iemand een ander een flinke klap zou geven, gedroeg dit personage zich juist weer opvallend aardig. De voice-over, de stem van Martijn, was ook erg vermoeiend. Een enorm neppe stem, die naar mijn mening ook nog eens te duidelijk achteraf in de studio was opgenomen.

Aantal sterren op de Donno-van-Eijcken-Moviemeter: *** (3/5)

Retour Madrid (1968) van Bert Haanstra


Het is moeilijk aan te geven wat de sleutelscene is van deze documentaire van Bert Haanstra. Als het persé moet zou je zeggen dat het de ommekeer in de onderlinge confratie is, namelijk de goal van Real Madrid in de verlenging; een beste pegel in de kruising. Op dat moment ligt Ajax uit de Europa Cup en houdt de documentaire ook onmiddelijk op. Eigenlijk is Retour Madrid gewoon een registratie van twee confrontaties tussen Ajax en Real Madrid in 1967. Bert Haanstra had niet de beschikking over veel ‘exclusief’ materiaal om dát te filmen wat de documentaire bijzonder zou kunnen hebben maken. De beelden in de kleedkamer, waar ‘de Generaal’ Rinus Michels de wedstrijdbespreking geeft, zijn dan ook het meest interessant. Dit omdat het een kijkje geeft in de keuken van het legendarische Ajax, het Ajax van Swart, Keizer en ‘Cruijffie, waar mensen het zelfs nu nog over hebben. Maar verder moest Haanstra het doen met wat beelden uit het vliegtuig en met een ontmoeting tussen de selectie en de Nederlandse Prinses. Wat mager materiaal voor een documentaire, en daarom is de documentaire vermoedelijk ook geen succes geworden. Haanstra heeft wel duidelijk nog geprobeerd filmische elementen er in te verwerken: de nadruk in de film wordt gelegd op de beleving van de Ajax fans. Na elke actie zien we wel iemand in beeld; iemand met een passende reactie op dat wat net op het veld gebeurd was. Grappig is het om te zien dat het publiek in de documentaire zich erg bewust van de camera was. Het meest leuke aan deze documentaire is eingelijk nog de voice-over, die erg ‘losjes’ klinkt voor die tijd. De voice-over maakt enkele leuke grappen. Een voorbeeld hiervan is wanneer we voice-over meldt dat de de voorzitter van Ajax, Michel van Praag, wel andere kopzorgen heeft dan de Ajax spelers (die op dat moment klaverjassen); in het vliegtuig zien we hem een krantartikel lezen met als titel  ‘Feyenoord is Fantastisch’.Een gemiste kans is vind ik dat de documentaire meteen stopt na de tegengoal. Het zou leuker zou geweest, ook omdat de documentaire Retour Madrid heet, om de teleurstelling bij de spelers te zien. Hoe ging Ajax om met het verlies? Maar vermoedelijk heeft de Generaal, streng als hij was, Bert Haanstra op dat moment onmiddelijk toegang tot de spelersgroep ontzegd. Het is een documentaire die het moet hebben van de voice-over, en het vertonen van reacties uit het publiek. Ik vermoed dat Haanstra minder materiaal tot zijn beschikking had dan hij vooraf gehoopt had. De documentaire wekt erg de indruk dat Haanstra in de montagekamer enorm heeft zitten ploeteren om er nog iets leuks van te maken.

Aantal sterren op de Donno-van-Eijcken-Moviemeter: ** (2/5)